kop lotuskring


Home page  Foto`s  Terug  Gastenboek      
 


 Belevenissen van onze Lotus-arts Myrthe Bandell 

    Myrthe

Levensperikelen – een rampoefening.

Het is 26 mei 2010. De wekker gaat vroeg, erg vroeg. Maar mijn darmen en mijn maag willen dat ik nog eerder opsta, had ik dan toch de kliekjes van het pinksterweekend niet moeten opeten? Eenmaal onder de douche gaat het wel en 20 minuten later begeef ik mij op de fiets richting een grote sporthal waar ik om 5:30 aanwezig moet zijn. Aldaar aangekomen (natuurlijk iets later om 5:45) heb ik nog een aanval van zweten en misselijkheid, ik ga naar buiten en het zakt wel weer. Gelukkig maar, want ik wil graag vandaag meedoen met de grote oefening waar ik een slachtoffer speel. Binnen weer aangekomen laat ik mij registreren en krijg ik drie gelamineerde papiertjes met mijn rol (polsfractuur links met schaafwonden), mijn vitale functies (naast een RR van 150/95, geen bijzonderheden) en een papier dat aan de hulpverlener afgegeven dient te worden nadat hij bij mij alle vitale functies heeft nagekeken. Mijn oud-collega’s staan al te wachten, een daarvan is LOTUS instructeur, zij heeft mij enkele jaren geïntroduceerd in het leven van een LOTUS (LOTUS: Landelijke opleiding tot uitbeelding van Slachtoffers). Mijn polsfractuur wordt geschminkt en intussen kijk ik de sporthal rond welke is gevuld met 198 slachtoffers, variërend van milde verwondingen tot afgehakte handen.  Voor de zekerheid informeer ik de man van de regie, welke mij verzekert dat er een toilet is op de oefenplaats en na zacht aandringen ga ik mee ondanks de misselijkheid die met vlagen opkomt. Bij het weggaan krijgen we nog een lunchpakket mee. We gaan naar Metrostation Blijdorp, waar de rampoefening Exodus wordt gehouden. Na twee roltrappen komen we aan op de plaats van de ramp en krijgen we oordoppen. Een oude metrowagon staat op het perron, de ramen eruit. Glassplinters liggen over het gehele perron met hier en daar nog wat rommel. De figuranten komen erbij, het lijkt wel een spits in Tokyo, nog nooit zoveel mensen in een Rotterdamse metro bij elkaar gezien. Ik neem plaats op het perron, daar hoor ik namelijk te liggen, we krijgen instructies om de oordoppen in te doen, hierna volgt er een harde klap. Nu is het wachten  op de hulpverleners. Ik krijg het inmiddels erg koud en mijn misselijkheid wordt daar niet minder van, moet er niet aan denken om nu de vier trappen op te lopen om de buitenlucht te zien. Ik blijf rustig zitten ondanks de kou. Een man met een wit jasje vraagt wat de instructies zijn die ik als LOTUS gekregen heb en of ik hier in het echt ook zo zou blijven zitten; ik antwoord “als ik echt mijn pols zou hebben gebroken, pijnlijke oren zou hebben, in paniek zou zijn en ik mij zo beroerd voel als dat ik nu doe dan zou de kans groot zijn dat ik zou blijven zitten”. De man vraagt nog vier keer of ik uit mijn rol wil komen en ik blijf zeggen dat ik zeker eerlijk ben. De brandweer komt eraan en zegt niets maar loopt langs ons heen. De vrouw voor mij zit met haar benen vast tussen het perron en het metrostation, een blinde man blijft heen en weer lopen. Ook de man met de rollator blijft heen en weer lopen, net zoals de vrouw die in paniek is en zegt dat alles goed komt. Het is een chaos, maar waar blijven de hulpverleners? Alle slachtoffers blijven op het perron liggen, er wordt niets gevraagd of gecommuniceerd, er wordt wel netjes over mensen heen gestapt. Er zijn genoeg mensen met witte en gele jassen met camera’s die foto’s aan het maken zijn. Een ernstig gewonde man wordt door de brandweer uit de metro gehaald en op de glasscherven gelegd, de vrouw met het been wat vast zit wordt op een niet zachtzinnige wijze losgetrokken. Ik zit nog steeds misselijk en met mijn gebroken pols op het perron met inmiddels erg koude billen (ondanks de dubbele laag die ik had aangetrokken). Als iemand even met mijn mee kon lopen naar boven dan was ik al gelukkig. De brandweer blijft af en aan lopen zonder iets te communiceren. Inmiddels zijn we dik  anderhalf uur verder. In het echte  leven zouden alle mensen met inwendige bloedingen al lang gestorven zijn, dit zijn de zogenoemde T1’s. Ik, mijn met polsfractuur met hypertensie, wordt geclassificeerd als een T3. Eindelijk komt er iemand van de RET, die mij en een andere dame naar buiten brengt. In mijn rol roept ik dat het echt heel erg veel pijn doet en ik mij echt niet lekker voelt. Met harde hand wordt ik vier trappen opgeduwd. Eindelijk frisse lucht! Ik wordt afgeleverd aan een hulpverlener. Hij kijkt naar mijn kaartje en wijst naar een bus waar ik in zou moeten. Ik zie geen bus, alleen brandweer en ambulances. Waar moet ik precies heen? Mijn handen zijn zo koud als ijsblokjes, ik ril van de kou en moet veel gapen. Ik vraag mij af of dit beginnende tekenen zijn van onderkoeling, maar kan dit niet meer uit mijn geheugen opgraven. Het is denk ik veiliger om rustig naar huis te gaan, een kop thee te drinken en daar in bed te liggen met het  toilet dichtbij. Dit is dan ook wat ik vervolgens doe. In de loop van de avond wordt ik wakker, de misselijkheid is er nog wel maar niet op de voorgrond. De volgende ochtend gaat mijn wekker. Ik ben nog erg gammel, twee beschuitjes op een dag is niet echt veel en meld mij (wat erg zeldzaam is) ziek op mijn werk. Vandaag zou ik mee opereren met de DaVinci Robot,  een Wertheimoperatie (gynaecologische operatie bij cervixcarcinomen), die  ik vind behoren tot levensreddende operaties. Met weemoed liggend in bed denk ik aan de operatiekamer, waar alles goed gestructureerd is, een TOP procedure om alle problemen voor te zijn en aan alle hulpverleners die we nodig hebben om levens te redden. Hopelijk mag ik een andere dag weer mijn levensreddende werk uitvoeren.

Myrthe Bandell

AIOS gynaecologie en LOTUS-arts